Terborgseweg 25 - 27, Kunst

N.V. Lederwaren en Borstelfabriek v.h. M.Kunst

Terborgseweg 25 te Silvolde
 

 

   

Eric Kunst  27-10-1949   -   23-03-2010        Foto's: Archief Old Sillevold  

 

  

Eric Kunst tijdens een lezing voor "Old Sillevold "
Foto: Archief Kick Oort

Eric Kunst vertelt over Kunst lederwaren.

Mijn overgrootvader Machiel Kunst werd op 24 juni 1864 in Groningen geboren. De familie Kunst kwam, voor zover ik kan terugvinden, uit Schildwolde. (Tegenwoordig Slochteren). Hier was de overgrootvader van deze Machiel horlogemaker.

Mijn overgrootvader Machiel verliet op twintig jarige leeftijd zijn ouderlijk huis en kwam via enkele omzwervingen o.a. door het Brabantse land in de Langstraat terecht, waar hij als leerlooier werkzaam was. Hier ontmoette hij de Rooms Katholieke Anna, Elisabeth de Pauw, geboren op 19-03-1866 in Berlicum bij Den Bosch. Hij trouwde met dit streng opgevoed katholiek meisje, terwijl hij zelf protestant was en de oma van zijn moeder, Sarah Wolf, van Joodse huize kwam. Dat moet echte liefde geweest zijn. Later werd Sarah de stille weldoenster van hulpbehoevende priesterstudenten en instellingen.

In het voorjaar van 1898 startte hij in Terborg een ambachtelijk bedrijfje.  Hij woonde in de gemeente Gendringen en verhuisde in 1901 naar Terborg in de buurt van het tramstation. Ze maakten hondentuigen, dorsvlegelkappen en andere gebruiksartikelen. Deze werden op de weekmarkten van Doetinchem, Hengelo, Deventer, Zutphen en Didam verkocht. Eerst alleen, later vergezeld van zijn zonen Henricus en Frits.

Met de vigilante van stalhouder Wiedeman uit Terborg vertrok men heel vroeg in de morgen om de productie van de vorige dag aan de man te brengen.

Ook werden er toen door hem zeven gemaakt, waarvan de kwaliteit zo goed was dat hij hiervoor een prijs kreeg. Hij kreeg een zilveren medaille.

In 1903 kocht hij in Silvolde een woonhuis met een schuur. Dit moet aan de Lichtenbergseweg gelegen hebben. Mijn opa vertelde dat het huis op de Bult, waar nu de Bluemers- mavo staat, stond en waar vroeger de familie van Dekken woonde. In 1905 ging hij in Terborg wonen.

De zaken bleven voorspoedig gaan, want op 16 december 1907 kocht hij van aannemer Vriezen een woonhuis met timmerwerkplaats volgens de nog aanwezige koopacte gelegen aan de Rijksstraatweg B 111. Het was een vrij nieuw pand, ongeveer 2 jaar oud. Dit is het pand naast zaal Kolks. Hier is het bedrijf altijd gevestigd gebleven.

advertentie uit 1913 

Een paar jaar later werd er flink uitgebreid. Naast de klein lederwaren werd er een aanvang gemaakt met de fabricage van leren beenkappen. Deze werden toen nog niet in Nederland gemaakt.  Dit bleek zo’n succes te zijn dat mijn overgrootvader uitgroeide van een ambachtsman naar een fabrikant. De beenkappen, met het gedeponeerde handelsmerk ,,Hercules”, veroverden de Nederlandse markt. Om u een indruk te geven werden er in 1914 wekelijks al 2000 beenkappen geproduceerd.

Het spitleder dat aanvankelijk van leerlooierijen werd gekocht werd te duur en daarom werd besloten om zelf een leerlooierij te starten. Voor Machiel Kunst bekend terrein. Hij had immers in zijn Brabantse jaren nog als leerlooier gewerkt. De benodigde grond lag, volgens de koopacte, op de Dulmer aan de spoorbaan en de Lovinkse beek. Hier staat nu de metaalwaren fabriek van Stef Kaak. In het testament van Machiel Kunst stond dat in 1925 naast de looierij op de Lovink ook nog 23 varkens werden vetgemest. Ook aan de Terborgseweg werden varkens gehouden. Tinus Rensen was daar verantwoordelijk voor.

De bovenverdieping op de bedrijfsloods is er nog anno 2019.

In 1916-1917 zette Steven van der Kemp en Bernard Koenders sr. binnen een week een verdieping op het bedrijf. Een geweldige prestatie om dit in zo’n korte periode te realiseren.

Ook had de firma nog een winkel in Silvolde. Hier werden schoenen verkocht en gerepareerd. Dit duurde maar een paar jaar omdat het gezin en de bedrijfsactiviteiten zich zo sterk uitbreidden werd de ruimte op een andere manier ingevuld. Naast de zoons zaten ook twee dochters in de zaak. Samen met August Rensen verzorgden zij de administratie. Er is nog een foto uit 1922 bewaard gebleven van het kantoor met daarop August Rensen en een oudtante.

In 1922 stapte de oudste zoon Frits Kunst uit het bedrijf en zette in Doetinchem het lederwarenbedrijf EFKADE op. Tevens opende hij in de Hamburgerstraat een lederwaren winkel waar hij kleine lederwaren verkocht wat later ook rijwielartikelen zoals zadels enz. maar uiteindelijk alleen maar fototassen.

In zijn jonge jaren had Machiel ook nog ervaring opgedaan met borstelwerk. Rond 1920 startte hij ook de productie van borstels en kwasten. Van heinde en ver werden pekkers en lakkers naar Silvolde gehaald om de borstels en bezems te maken. De werkplaats waarin dit gebeurde staat er nog steeds en wordt nog altijd het borstelfabriekje genoemd.  Tegenwoordig gebruikt als schuur van café-zaal Kolks.

Inmiddels woonde de familie Kunst al lang niet meer bij het bedrijf, maar aan de Terborgseweg waar nu Jan Olthof woont. Daar stond een grote villa met een tuinhuisje. Later bewoont door Burgemeester Boot maar in de oorlog door de Duitsers in brand gestoken. Het tuinhuisje staat er nog. Het hoort nu bij het huis aan het Terborgseveld waar de familie Hettema woonde. Joop en Corry ten Have hebben nog in dat tuinhuisje gewoond. Mijn vader vertelde me dat hij daar bij zijn oma op zolder vaak heeft gespeeld.

In 1925 stierf Machiel op kantoor aan een hartinfarct. Uit zijn testament blijkt dat zijn harde werken zich geloond had, want met een vermogen van ƒl.100.000,-- liet hij familie goed verzorgd achter. 

Drie zoons waaronder mijn grootvader namen de zaak over en deze werd in 1926 omgezet in een N.V.

In 1929 werd met het borstelwerk gestopt en werd op die plek gestart met de fabricage van lederwaren voor de rijwielindustrie. Er was een grote vraag naar: Kettingkasten, jasbeschermers, stuurtassen, bagagetassen enz..

Ook werd er in 1932 begonnen met celluloid jasbeschermers. Celluloid was een zeer brandbaar materiaal. Kleermaker Tangelder werd ingeschakeld om de productie van leren motorkleding op te zetten.

Zakelijk ging het eind jaren 30 voortreffelijk. Door de mobilisatie steeg de vraag naar beenkappen geweldig. Echter privé ging het minder goed want Pieter Karel Kunst kreeg in 1935 TBC, waaraan hij in 1937 overleed.

 

 

Briefpapier en een postkaart. Bron: Jaartsveld archief van "Old Sillevold"

10 mei 1940 was een zwarte dag voor Nederland. Ook voor de familie ontstonden er grote zorgen. Opa was in het Westen van ons land en kon, zoals zo velen, niet thuiskomen. Na veel omzwervingen kwam hij anderhalve week later op de onderweg gekochte fiets in Silvolde terug.

De eerste oorlogsjaren verliepen nog betrekkelijk rustig. Wel waren er natuurlijk materiaal problemen, maar eind 1942 ontdekte ,,Fachvermittler” Bruninghaus van het Gewestelijk Arbeidsbureau het bedrijf en werden er  een stel arbeiders naar Duitsland gestuurd. Opa probeerde zijn mensen weer vrij te krijgen en kwam daardoor ernstig in conflict met de SD. Zwaar geboeid en onder strenge bewaking werd hij naar de gevangenis in Arnhem gebracht. Achteraf viel het allemaal nog wel mee, want na drie weken kwam hij gelukkig weer vrij.

Men ontving een ultimatum om de bedrijfsactiviteiten stop te zetten. Voor de schijn werd daaraan voldaan. Het personeel werd zo veel mogelijk elders ondergebracht om zo uitzending naar Duitsland te voorkomen en werd er met hulp van onderduikers doorgewerkt en papieren boodschaptassen gemaakt.

Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) was dat ook afgelopen en bezetten de Duitse Fallschirmjägers het bedrijf, de woning en de kantoren. Tot 19 maart 1945 hebben ze daar flink huisgehouden en veel vernielingen aangebracht. Op die dag werd kasteel de Schuylenburg gebombardeerd en werd er ook een 250 kg. zware brisantbom op het bedrijf gegooid. Deze kwam uitgerekend in de grote kelder waarin de Duitse munitie lag opgeslagen terecht, maar kwam, wonder boven wonder, niet tot ontploffing. Na de oorlog is de bom door de Engelse bombdisposal gedemonteerd en weggesleept.

In 1944 stierf Anna Elisabeth de Pauw, de echtgenote van de oprichter. Voor de oorlog had zij het grote huis aan de Terborgseweg al verkocht en aan de overkant een nieuw huis laten bouwen. (Thans bewoont door een zuster van mij).  Mijn grootouders, die toen nog bij het bedrijf woonden, zijn daar in dezelfde nacht dat Anna stierf met behulp van buren naar toe verhuisd omdat men oh zo bang was dat anders de Duitsers daar hun intrek zouden nemen.

Na de oorlog moest eerst natuurlijk het een en ander hersteld worden en werd, hoewel de grondstoffen nog schaars waren, toch al in juni 1945 de productie weer opgestart. Men legde zich vooral toe op rijwielproducten en men ruilde de motorkleding in voor fiets- en bromfietsregenkleding. De z.g. Balarex jasbeschermers waren zo in trek dat ze letterlijk gedistribueerd moesten worden. Verder ging men damestassen, koffers, aktetassen, portemonnees en portefeuilles in productie nemen. Er werden bevredigende resultaten behaald en het bedrijf werd al snel te klein.  Dus werden er in 1948 twee nieuwe hallen gebouwd mede omdat men ook nog met de productie van kettingkasten ging starten. Vervolgens werd er in 1953 en in 1964 nog verder uitgebreid.

Omdat vanaf 1956 de export naar Indonesië wegviel, die een belangrijk deel van de omzet uitmaakte, begon Kunst verliezen te maken. Men probeerde dit te compenseren door zich op Scandinavië te richten met vooral rijwielzadels en later met fietstassen.

Ook stapte bedrijfsleider Otten op om na een twintigjarig dienstverband voor zichzelf te beginnen. Hij startte het bedrijf Otsi en nam ook nog veel klanten mee. Een gevoelig gebeuren omdat Antoon Knikkink, procuratiehouder en raadgever van de familie Kunst, een zwager van de heer Otten was.

Mijn vader, de derde generatie, nam het bedrijf in 1959 over.  Na een ski- ongeluk in 1964 kwamen bij hem allerlei gebreken aan het licht met als gevolg dat hij tot zijn dood in 1972 ziekenhuis in, ziekenhuis uit ging. Het bedrijf werd hierdoor feitelijk een beetje stuurloos. Men was niet meer inventief, er werd niet meer geïnvesteerd in nieuwe producten. Dit deed het bedrijf geen goed, want juist in de tijd dat loonintensieve Nederlandse producten te duur werden en er omgekeken moest worden naar goedkope productielanden in het Verre Oosten, bleef men passief.

Toch produceerden wij eind jaren 70 nog zo’n 260.000 zadels per jaar en ongeveer 80.000 fietstassen, met daarbij nog de jasbeschermers en de regenkleding geen slecht resultaat. Echter de Nederlandse zadels waren te duur en toen de overheid ook nog onze grootste concurrent De Lepper ging steunen liepen de verliezen op. Aanvankelijk probeerden wij dit, wachtende op andere tijden, met de winst op de andere artikelen te compenseren, maar uiteindelijk zakte de markt in elkaar en dat konden wij ons net niet meer permitteren.

Inmiddels was Ik, de vierde generatie, tot directeur benoemd en heb ik geprobeerd in samenwerking en met hulp van de overheid het roer om te gooien door binnen het bedrijf alleen door te gaan met de productie van tassen. Helaas te laat. De reorganisatie kostte te veel.

Samen met mijn echtgenote hebben wij privé de machines, de modellen, de voorraden en de goodwill gekocht en zijn, aanvankelijk in Ulft en wat later aan de Korenweg, alleen met de productie van tassen doorgegaan. Omdat ik ziek werd hebben we de productie in 1989 gestaakt en deze overgedragen aan de Wedeo in Doetinchem. In 1990 hebben we de productie verkocht en heb ik mij, als agent, alleen nog beziggehouden met de verkoop in Europa en met de ontwikkeling en het ontwerpen van nieuwe fietstassen. Door mijn hartproblemen heb ik in 1998 ook deze activiteiten zo goed als gestaakt en is er een eind gekomen aan precies 100 jaar Kunst lederwaren in Silvolde.

Bron: Archief  "Old Sillevold"
Redactie Theo Koolenbrander

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315-342600 of 06-2300 3204
E-mail: robbiew52@gmail.com