Tramlijn met station Terborg

Theo Willemsen

Het ontstaan van de Stoomtramwegen.

auteur: Theo Willemsen

In dit artikel zullen we zien dat H.J.L. Ovink architect te Terborg in 1910 de rijtuigenloods met een lengte van 40 meter op het emplacement in Terborg ontwierp. Dankbaar gebruikmakend van de deskundigheid van Arjan Ligtenbarg uit Winterswijk  in zake de geschiedenis van  spoor en tram kwam dit artikel mede tot stand.

Het ontstaan van de Stoomtramwegen.

In Nederland begon het tijdperk van de stoomtram met de Lokaalspoorwegwet van 1878. Deze wet was soepel voor de exploitatie van treinen en trams op het platteland: naarmate het gewicht en de snelheden lager waren, had men ook veel minder beveiliging nodig, zoals seinpalen en bewaakte overwegen. De regionale stoomtram maatschappijen kwamen in Nederland doorgaans tot stand door een comité van burgemeesters, plaatselijke fabrikanten en vooraanstaande burgers.

 

0a                                                  foto uit collectie archief Transit Oost

Het is 1914, de tram komt midden door Lichtenvoorde. De plaatselijke middenstand maakte handig gebruik van het lokale karakter van deze tram. Zoals op deze foto had men de goederen die men wilde versturen al midden op straat klaargelegd. Vervolgens stopte de tram even om de te verzenden  goederen mee te nemen.

 0b                                                 foto uit collectie archief Transit Oost

De tram reed zoals gebruikelijk midden door een dorp zoals op deze foto in Ulft in 1953. Het personenvervoer ging toen al niet meer met de tram. De GTW beschikte al over autobussen voor het personenvervoer. Zie de bus op de achtergrond.

 

De Geldersche Stoomtramweg-Maatschappij.

De aanleg van de lijn, vanaf het begin van de Keppelscheweg in Doetinchem tot aan Dieren, begon in maart 1881 en duurde slechts drie maanden.  

Deze tramweg bleek echter al spoedig wel prima te renderen, zodat plannen werden gemaakt voor uitbreiding. In de loop der jaren werd deze tramweg een stamlijn voor de Geldersche Tramwegen, die gaandeweg alle overige, slecht renderende tramwegen overnam en het geheel tot een netwerk voor openbaar vervoer van reizigers en goederen maakte. De 16 kilometer lange lijn zou uitgroeien tot een tramweg van Arnhem tot Anholt-Isselburg, met een lengte van liefst 48 kilometer. Het laatste deel, van Velp naar Arnhem, kwam nog in 1926 tot stand.

 

De verlenging naar Terborg en Velp.

Op 27 maart 1882 besloot de GStM om de lijn naar Terborg te verlengen. Men koos voor een route via de Rijksweg langs Gaanderen. Al op 26 augustus 1882 werd de lijn feestelijk geopend. Een volgende feestdag was 31 juli 1887, de opening van de GStM-tramweg naar Velp.

De Gendringsche Tramweg-Maatschappij (GenTM) en de verlenging naar Isselburg-Anholt

Op 1 juni 1890 was de feestelijke opening van de tramweg naar Gendringen, die eigendom van de GenTM was, maar waarop de GStM de exploitatie verzorgde. In 1902 nam de GStM de GenTM over en men begon met de voorbereidingen voor een grensoverschrijdende verlenging van de lijn. De tramdienst naar het spoorstation Isselburg-Anholt werd op 1 mei 1903 geopend.

Deze tramweg was door de jaren heen steeds zeer rendabel. Er reden zowel reizigers- als goederentrams. Het overige deel van het Achterhoekse tramwegnet bestond, vergelijkbaar met de GStM, uit diverse particuliere tramwegmaatschappijen met één of twee lijnen. Maar deze tramwegen waren geen van alle winstgevend; er werden meestal flinke verliezen geleden. In de loop van de jaren kwamen deze maatschappijen onder de directie van de GStM te staan.

Ontstaan van het GStM-emplacement en Garage Boer.

Hieronder een detail uit het minuutplan uit 1832 bij de oprichting van het kadaster. Het ingekleurde perceel met nummer 1 is de locatie waar in het dj 1885 het emplacement van de GStM ontstond. Dit perceel met een oppervlakte van 1.90.10 ha was in 1832 nog geheel onbebouwd. Ter oriëntatie is de Bergweg aangegeven juist tegenover de weg naar Varsseveld. Midden onder zien we de Paasberg. Het rode kruisje met nummer 7 is de plek waar zich de graanmolen bevond (in 1921 gesloopt) terwijl het Muldershuis staat ingetekend op het rode hokje links met nummer 5. Perceelsnummer 3 is een bijbehorende schuur.

1

De percelen 1 t/m 7 op bovenstaande detailtekening behoorden in 1832 toe aan Huis Wisch en waren dus  eigendom van de familie van Nagell. Door het overlijden van het kinderloze echtpaar van Nagell-de Bargeton van Verclause op 2 en 3 februari 1849 werd al hun onroerend goed in 1851 publiek verkocht. Het was douairière Vrouwe van Herzeele Baronesse van Schuijlenburch die middels deze veiling in het bezit kwam van Kasteel Wisch met in totaliteit 66.29.46 ha grond. Dit was inclusief de Paasberg met bos, bouw- en weiland. Alles in hoofdzaak gelegen rond het Kasteel Wisch net als de percelen E 1 t/m 7 op het bovenstaande kaartje. In het dj 1859 werd de schuur met het perceelsnummer 3 afgebroken.  

Perceel E 1, bouwland werd emplacement voor de Geld. Stoomtram Mij.

Links in de benedenhoek  aan de voet van de Paasberg het Muldershuis. De achterliggende schuur was zo als gemeld in het dj 1859 afgebroken. Een oppervlakte van 0.57.80 ha van de oorspronkelijke percelen  E 1 en E2  zijn geworden tot het perceel E 1200. Hierop zijn ten behoeve van de Stoomtram Mij gebouwd: v.l.n.r. Pakhuis met Kantoor, Rijtuigenloods, Kolenloods en een Locomotievenloods.

Volgens kadaster werden in het dj 1885 (zeg 1884) op het perceel E 1200 gesticht/gebouwd: een pakhuis, Kantoor, rijtuigenloods, kolenloods en locomotievenloods (zie bovenstaande tekening). Gelijktijdig werd  een dubbele machinistenwoning gebouwd aan het einde van de Bergweg dicht aan de voet van de Paasberg. Zie op de tekening in de rechter benedenhoek. De details van deze dubbele woning komen  verderop in dit verhaal ter sprake.

De benodigde ondergrond voor deze bouwactiviteiten ten behoeve van de GStM bleef in eigendom bij de familie van Schuijlenburch. Dat de GStM zelf geen onroerend goed aankocht voor hun activiteiten gebeurde deels uit kostenoogpunt en daarnaast was hun netwerk, zoals gebruikelijk bij stoomtramwegen,  gelegen en vervlochten in het reeds bestaande wegennet. Dit verschilde duidelijk met de Geldersch-Overijsselsche Lokaal-Spoorweg-Maatschappij (GOLS). Zij kochten wel al hun locaties met de benodigde oppervlakten om spoorlijnen met stations e.d. aan te leggen en te bouwen. Nog een veel voorkomend verschil tussen tram- en spoorwegen was de spoorwijdte. Spoorrails liggen op 1.50 m h.o.h. uit elkaar. De tramrails werden aangelegd op smalspoor. Bij de GStM bedroeg de spoorbreedte slechts de helft van het normaalspoor.

3.  Spoorlijn Zevenaar-Winterswijk exploitatie door Geldersch Overijselsche Locaal Spoormij (GOLS)
Tramlijn van Doetinchem-Isselburg exploitatie door Geldersche Stoomtram Mij (GStM)
Tramlijn Zeddam-Lichtenvoorde exploitatie door Geldersch Westfaalsche Stoomtram Mij (GWSM)

De komst van de stoomtram naar of via Terborg verliep volgens de onderstaande openingsdata van de  GStM:

Dieren - Doesburg - Doetinchem 1881

Doetinchem - Terborg 1882

Terborg - Gendringen 1890

Gendringen - Isselburg-Anholt 1903

Van de Geldersch-Westfaalsche Stoomtram-Mij (GWSM):

Lichtenvoorde- Varsseveld - Terborg - Zeddam: 1908.

Uit dit overzicht blijkt dat Terborg in 1882 voor het eerst werd aangedaan door de stoomtram. Terborg was toen het eindpunt van de tramlijn Doetinchem-Terborg. In 1890 vond uitbreiding plaats via Silvolde naar Gendringen. Zo konden dagelijks personen en goederen  worden vervoerd van Dieren via Doesburg naar Gendringen en retour.
Zoals reeds gemeld werden in Terborg in het dj 1885 (zeg 1884) een kantoor met pakhuis, de rijtuigenloods, kolenopslag, Locomotievenloods en de machinistenwoningen gebouwd. Dit is twee jaar nadat de stoomtram van de GStM het stadje Terborg aandeed. Door de nieuwbouw op het perceel E 1200 van de familie van Schuijlenburch konden ’s nachts de rijtuigen en de locomotieven worden gestald. Ook konden kolen en water worden ingenomen en wanneer het nodig was verrichtte men ook wel reparaties en onderhoud aan het rollend materieel. Het vuur in de stoomlocomotieven bleef ’s nachts branden, zodat ze min of meer op stoom bleven. Hierdoor was het nodig dat de machinisten dicht bij hun locomotief woonden. De komst van de stoomtram naar Terborg met een dergelijk emplacement zorgde ook weer voor extra werkgelegenheid, getuige de onderstaande advertentie in de Graafschapbode in 1886 en 1911.

   

4-4a  De ontwikkelingen na 1884 op het Terborgse emplacement van de GStM.
Een jaar na de nieuwbouw werd perceel E 1200 met een oppervlakte van 0.57.80 ha gesplitst in  vijf afzonderlijke kadastrale percelen. Zo kon de familie van Schuijlenburch hoogstwaarschijnlijk wat gemakkelijker met de overblijvende ruimte op het terrein omgaan.
Zo ontstaan uit E 1200:

E 1219 Pakhuis Kantoor 0.01.36 ha bel.opbr.geb. f. 80.-

E 1220 Rijtuigenloods 0.01.80 ha bel.opbr.geb. f.60.-

E 1221 Kolenloods 0.00.67 ha bel.opbr.geb. f.25

E 1222 Locomotievenloods 0.00.96 ha bel.opbr.geb. f.40.-

E 1223 Erf 0.52.93 ha is de onbebouwde ruimte die overbleef na deze splitsing.

In dit overzichtje zijn ook de getaxeerde belastbare opbrengsten van de gebouwen vermeld. Deze werden gebruikt voor de belastingheffing, vergelijkbaar met de huidige onroerend goedbelasting. Wanneer verbouwingen of uitbreidingen plaatsvonden, dan werden deze belastbare opbrengsten opnieuw vastgesteld. Hieraan kunnen we nu enigszins beoordelen in welke mate is bijgebouwd of uitgebreid.

5

De verdere ontwikkeling naar de gegevens uit de kadasteradministratie:

Rijtuigenloods dj 1904 bijbouw f.60 > f.160
dit i.v.m. uitbreiding tramweg Terborg-Gendringen-Isselburg-Anholt
Rijtuigenloods dj 1905 bijbouw f.160  (oppervlakte 188 m2 naar 283 m2)
dit i.v.m. uitbreiding tramweg Terborg-Gendringen-Isselburg-Anholt
Locomotievenloods dj 1904 bijbouw f.40 > f.70
dit i.v.m. uitbreiding tramweg Terborg-Gendringen-Isselburg-Anholt
Locomotievenloods dj 1905 bijbouw  bel.opbr.gebouwd ongewijzigd (wel uitbreiding 96 m2>190 m2)
dit i.v.m. uitbreiding tramweg Terborg-Gendringen-Isselburg-Anholt
Rijtuigenloods dj 1911/1912 herbouw bel.opbrengst ongewijzigd
vanwege de brand in 1909 herbouwd in kalkzandsteen.

5a                                                  foto uit collectie archief Transit Oost

De tramlijn Lichtenvoorde Zeddam liep door de Hoofdstraat in Terborg richting Zeddam. Op de achtergrond Hotel de Roode Leeuw met de paardenstalling ‘de Roskam’, een overblijfsel van de in 1904 verdwenen postkoets.  De tram richting Zeddam rijdt rond 1910 juist de Hoofdstraat in.

De rijtuigloods in Terborg door brand verwoest.

Op 11 september 1909 berichten diverse kranten dat de 40 meter lange rijtuigloods te Terborg was afgebrand. Uit een volgend bericht, één jaar later, bleek dat het een houten rijtuigloods betrof dat ten prooi was gevallen aan de vlammen.

7

In de Graafschapbode van 3 augustus 1910 verscheen een verslag van de GStM. Hieruit bleek dat de door brand verwoeste loods te Terborg al weer was herbouwd. i.p.v. van hout was ze nu in kalkzandsteen opgetrokken. Van de houten loods die was afgebrand zijn geen foto’s bekend. Het fotoboek ‘Wisch’ en zijn bewoners’ laat wel foto’s zien van de herbouwde rijtuigloods van witte kalkzandsteen.

8

Links de met kalkzandsteen herbouwde rijtuigloods naar een ontwerp van H J L Ovink *1836 in Terborg. Helemaal achter de rijtuigloods nog zichtbaar de locomotievenloods.

De herbouwde rijtuigenloods een ontwerp van architect H J L Ovink.

Architekt Ovink had zijn architectenbureau gevestigd in de Hubernootstraat in Doetinchem. Tijdens het bombardement van Doetinchem bleef ook dit monumentale pand niet gespaard. Het werd geheel door brand verwoest. Uit de overblijfselen na de brand  kwam ook  van deze rijtuigenloods nog een tekening te voorschijn. Ze waren opgeslagen in de kelder. Een geluk bij een ongeluk was dat de Doetinchemse brandweer niet kon uitrukken omdat ze zelf ook vleugellam waren gemaakt door dit bombardement. De tekeningen van architect Ovink van zijn voltooide bouwwerken lagen keurig en ‘veilig’ opgeslagen in hun kelder. Wanneer de brandweer de brand wel  had kunnen blussen was de kelder vol komen te staan met bluswater en hadden we nu in dit artikel de onderstaande tekening niet kunnen tonen.

9

Voor een betere leesbaarheid werd origineel geplaatste tekst in de tekening vervangen door witte tekst. Een jaartal op de tekening ontbreekt. Deze tekening komt niet geheel overeen met bekende foto’s  van de rijtuigenloods in Terborg.

Volgens het kadaster werd de afgebrande rijtuigenloods in het dj 1911 herbouwd. De werkelijke herbouw vond dus plaats in circa 1910. Dit komt overeen met de krantenartikelen, waarin melding wordt gemaakt dat de herbouw in kalkzandsteen was geschied. De bovenstaande tekening heeft wel veel gelijkenis met bekende foto’s van de rijtuigenloods in Terborg. Architekt Ovink had voor de GStM vaker loodsen en werkplaatsen ontworpen en dus ook voor Terborg.

10

Links een kijkje op de achterzijde van de ‘machinistenwoning’ en rechts de ‘Locomotievenloods’ beiden aan de voet van de Paasberg. Aan de locomotievenloods vond in het dj 1923 nog een bijbouw plaats. Dit is de vierhoekige uitbouw aan het einde van de zijgevel, herkenbaar aan het donkere houten bovendeel.

De neergang van het tramvervoer.

Het wegverkeer, bestaande uit fietsen, particuliere auto’s en vrachtauto- en busbedrijven nam in de jaren twintig zeer sterk toe. In de jaren dertig werd op zeer veel tramwegen en lokaalspoorwegen de reizigersdienst vervangen door autobussen. Vrachtauto’s reden alom, maar vormden aanvankelijk een aanvulling op het goederenvervoer per tram, dat nog bleef bestaan.
In de loop van de Tweede Wereldoorlog werd het vervoer per spoor- en tramweg steeds moeilijker door gebrek aan brandstof en goed onderhoud voor het materieel. Bussen reden met houtgasgeneratoren. Er was ook altijd kans op beschietingen uit vliegtuigen. Na de bevrijding in 1945 zette men het beleid voort dat in de jaren dertig was ingezet: meer bussen en vrachtauto’s, het einde voor de trams. Zo hoog als het tempo van de aanleg geweest was, zo langzaam en geruisloos was het opdoeken van het ooit 2500 kilometer lange tramwegnet in Nederland.

De verdere afloop van het stoomtram-emplacement in Terborg met zijn gebouwen.
Rijtuigenloods dj 1920 verandering van bestemming.
1919 naweeën van de oorlog 1914-1918; de grens bleef nog dicht
Rijtuigenloods dj 1923 slooping enz.
1919 naweeën van de oorlog 1914-1918; afgeschreven en wijziging in het gebruik
Locomotievenloods dj 1923 bijbouw Bel.opbr. gebouwd van f.70 naar f.128 mogelijk zijn er voorzieningen getroffen om reparaties en onderhoud te plegen
Kolenloods dj 1923 slooping enz.naar 2484-425
1919 naweeën van de oorlog 1914-1918; afgeschreven en wijziging in het gebruik
Pakhuis Kantoor dj 1923 slooping enz.
1919 naweeën van de oorlog 1914-1918; afgeschreven en wijziging in het gebruik

11

De situatie in 1923, met de belangrijkste gebeurtenissen en veranderingen die achtereenvolgens plaatsvonden met  de bijbehorende jaartallen. Over de stoommeelfabriek verderop meer.

Het oorspronkelijke pakhuis en kantoor werden in het dj 1923 gesloopt. Rond dezelfde tijd werd toch weer een nieuw pakhuis en kantoor gebouwd. Zie tekening hierboven. De administratie in het kadaster maakt hiervan geen melding. Waarschijnlijk was een nieuw pakhuis met kantoor nodig in die jaren door  de samenwerking tussen de GStM en de GWSM. Als we het kaartje aan het begin van dit artikel nog eens goed bekijken liepen de tramrails van de Geldersche Westfaalsche Stoomtram Mij (GWSM) Zeddam-Westendorp-Lichtenvoorde ook op het emplacement van de GStM.   

Het personenvervoer per tram verdween rond 1927.

De GStM, schafte in 1927 een serie autobussen aan voor de dienst Arnhem-Dieren en Doetinchem-Gendringen met gelijktijdige afschaffing van de personentram op deze lijn. Het goederenvervoer per tram bleef nog wel doorgaan tot in de de jaren 1950. Zo vertelde mijn vader dat de tram van Zeddam naar Lichtenvoorde van Terborg komend door de Pellendijk naar Westendorp voer. Zo gebeurde dat enkele boeren in het Voorbroek gezamenlijk hun benodigde kunstmest inkochten en per tram lieten bezorgen in de Pellendijk. ’s Morgens wanneer de tram richting Westendorp voer, stopte deze in de Pellendijk, koppelde de laatste wagen met de bestelde kunstmest af en voer verder richting Lichtenvoorde. Gedurende de dag hadden deze boeren dan de gelegenheid hun ingekochte kunstmest met paard en kar uit de achtergebleven wagon aan de Pellendijk af te halen. In de late namiddag wanneer de tram weer terug kwam van Lichtenvoorde en richting Terborg voer, koppelde de machinist de geloste en lege kunstmestwagon weer aan en vervolgde zijn weg naar Terborg. Wat ik onthouden heb betrof het vaak kunstmest in de vorm van slakkenmeel of kalk. Rond de jaren 1950 werd het tramvervoer meer en meer verdrongen door het gemotoriseerd vervoer over de weg. Rond 1960 was de rol van de tram geheel uitgespeeld en de familie Van Schuijlenburch verkocht het overbodig geworden terrein met de opstallen in het dj 1962 aan de gemeente Wisch. Vervolgens werd alles gesloopt en woningbouw kwam ervoor in de plaats. Ook het wegenstelsel onderging een flinke aanpassing.  

De Van Schuijlenburch’s bouwden een ‘stoommeelfabriek met schoorsteen’.

In het dj 1889 werd door de familie van Schuijlenburch op hetzelfde emplacement een stoommeelfabriek met schoorsteen gebouwd. Op onderstaand kaartje aangegven met het perceelsnummer E 1269. Het was in die tijd natuurlijk een iedeale plek om hier een meelfabriek te bouwen die zo dicht was gelegen aan het tramrailnet. Zo ontstond een groot werkgebied. Uit enkele schaarse krantenberichten valt op te maken dat de familie van Schuijlenburch deze meelfabriek niet zelf exploiteerde.

12

Op dit kaartje uit 1905 staat de in het dj 1889 gebouwde stoommeelfabriek met schoorsteen ingetekend met nummer E 1269. De rijtuigenloods en de locomotievenloods waren in dj 1904 ook al vergroot.

13

In 1896 verscheen in ‘Het nieuws van den dag’ onderstaande advertentie onder nummer opgegeven bij boekhandel Schlecker in Terborg. Het zou zo maar kunnen dat de meelfabrikant in Terborg deze advertentie had laten plaatsen.

14

Uit deze advertentie blijkt dat graanhandel Tiddens & van den Ende de huurders waren die deze stoommeelfabriek in Terborg gebruikten als hun filiaal. Bij nader onderzoek blijkt dat deze firma haar oorsprong had in Noord-Oost Groningen in de plaats Midwolda.

1910: einde van Tiddens & van den Ende uit Winschoten in Terborg ?

 

15

Òf bovenstaande advertentie tot een overname heeft geleid werd mij nergens bevestigd. Evenmin werd niet duidelijk hoelang de stoommeelfabriek heeft geproduceerd.

In het dj 1909 en het dj 1910 werd de stoommeelfabriek zelfs nog aanzienlijk uitgebreid. In het dj 1918 vond er echter een ingrijpende verbouwing plaats. Het kadaster noemt dan de stoommeelfabriek ‘een huis en bergplaats’. We mogen nu aannemen dat de activiteiten in de Stoommeelfabriek welke in het dj 1889 werd gebouwd, nu definitief waren beëindigd.

16

Een tekening met de  veranderingen die plaatsvonden met de bijbehorende jaartallen. Vergelijken we de bovenstaande tekening met de vorige dan is duidelijk zichtbaar dat de stoommeelfabriek een duidelijke uitbreiding in de lengte had plaatsgevonden.

Wie werd vervolgens eigenaar van deze voormalige Stoommeelfabriek?

Adrianus Boer, geboren in 1877 in de Haarlemmermeer, kwam op 12 mei 1908 met zijn vrouw en twee kinderen van Heemstede naar de gemeente Wisch. Volgens de gegevens uit het bevolkingsregister was zijn beroep monteur en zij woonden gedurende het eerste jaar in Silvolde op huisnummer B 40. Dit zou ergens op het huidige adres Marktstraat geweest kunnen zijn.

Een jaar later, per 16 maart 1909 woonde en werkte Adrianus Boer als monteur in Terborg op Huis Wisch. De toenmalige tuinman, Antoon Keizer in 1857 geboren te Hoog Keppel, was naar elders vertrokken. Antoon Keizer was overigens de stamvader van de huidige familie Keizer, door de jaren gehecht aan Terborg en nu bekend als ‘De Keizer van Terborg’, de zonweringspecialist. Uit het bevolkingsregister kunnen we niet opmaken of de familie Keizer en daarna de familie Boer in de tuinmanswoning of in een gedeelte van het kasteel woonden. Het beroep van monteur werd in de periode 1912-1921 volgens het bevolkingsregister gewijzigd van monteur in chauffeur. Waarschijnlijk werd door de familie van Schuijlenburch op het kasteel Wisch in die periode een auto aangeschaft en was het Adrianus Boer die deze auto bestuurde als de vaste chauffeur voor de familie.

Een verandering voor Adrianus

Volgens de kadasteradministratie gaan Wigbold en Frank van Schuijlenburch in het dj 1927 een consortium aan met Adrianus Boer, d.w.z. dat de voormalige stoommeelfabriek nu aan drie eigenaren toebehoorde waarvan Adrianus er één was. Een jaar later werd dit consortium beëindigd. Adrianus Boer werd nu alleen eigenaar van het huis met de bergplaats op het huidige adres Laan van Wisch 6. In hetzelfde dj 1928 verbouwde Adrianus Boer de bergplaats tot garage.

17

Een tekening van de eerste benzinepomp die de familie Boer in 1927 liet installeren met de merknaam Shell erop.

In oktober 1927 koopt Adrianus Boer bij de Bataafsche Import Mij (v/h N.V. Acetylena) te Den Haag al een benzinepomp met ondergronds reservoir van 6000 Liter inhoud, ‘waarbij handkracht als beweegkracht zal worden aangewend’. Hieruit kunnen we opmaken dat bij het garagebedrijf van Adrianus Boer de activiteiten rond 1927 al zijn begonnen. Uit het bevolkingsregister valt op te maken dat de in 1918 verbouwde stoommeelfabriek in de periode 1918-1927 niet werd bewoond door de familie Boer.

Adrianaus Boer werd opgevolgd door achtereenvolgens zijn zoon, Pieter Adrianus *1900. Kleinzoon  Johannes Cornelis Boer *1931 volgde zijn vader op. Nu in 2016 is achterkleinzoon Stef de vierde generatie die dit autobedrijf tot de dag van vandaag runt. Aggie Daniels zal in een speciaal artikel berichten over deze familie Boer met hun garagebedrijf dat Opa was begonnen in de jaren rond 1927.

18

Uit het platenboek  ‘Wisch en zijn bewoners’ deze overzichtsfoto van de voormalige stoommeelfabriek verbouwd tot woning en uitgebreid met de garage ervoor.  Ook op de foto een deel van de rijtuigloods in de linker benedenhoek en tussen de rijtuigloods en de oude Stoommeelfabriek het pakhuis en kantoor dat rond 1923 werd gebouwd en door de GStM en vermoedelijk ook ten dienst was van de GWSM.

19                                               foto uit collectie Fanny Harke-Drevers

Een foto uit 1930 van de nog jonge garage Adr. Boer; De persoon met nummer 1 is Heinrich Drevers *1906, hij was de opvolger-chauffeur voor de familie van Schuijlenburch; 2 Piet Boer *1900, zoon van 3, Adrianus Boer *1877.
De benzinepomp met de merknaam Shell staat net rechts van de grote deur. Rechts van de garage het gebouw met het hogere dak, zien we de vroegere stoommeelfabriek omgebouwd tot woning voor de familie Boer.

De dubbele machinistenwoning Bergweg 6 en 8

20

De bovenstaande foto komt weer uit het platenboek ‘Wisch en zijn bewoners’; De fotograaf staat bijna aan het einde op de Bergweg en kijkt tegen de Paasberg aan met de korenmolen er boven op. Rechts de dubbele machinistenwoning nu het adres Bergweg 6.

De indruk zou ontstaan dat de machinistenwoning zou behoren bij de korenmolen op de Paasberg. Dit is onjuist. De molen is gebouwd gelijktijdig met het pakhuis en kantoor, de remises en kolenberging ten behoeve van de Geld. Stoomtram Mij. Vanaf het begin werd deze dubbele woning bewoond door de machinisten. Het waren de machinisten Arnoldus Bernardus Gunsing *1855 en Hendrikus Martinus van Hal *1851 met hun gezinnen die als de eerste bewoners van dit dubbele woonhuis zijn opgetekend. De belastbare opbrengst was voor elk f. 40.-. Ze hadden elk een erf met een oppervlakte van 160 en 210 m2. Zie de tekening hiervoor. Rond het dj 1894 werd een stal bijgebouwd en in het dj 1905 werd aan één woning nog een bijbouw gedaan. De belastbare opbrengst bleef daarna onveranderd. Ook werden de erven in de loop der jaren vergroot naar respectievelijk 196 en 263 m2.

In het dj 1966 besloot de familie van Schuijlenburch beide woningen van de hand te doen en vanaf die tijd kwamen beide woningen in het bezit van één eigenaar. Op dezelfde plek treffen we nu ruime bungalow aan met het adres Bergweg 6. De tegenwoordige bewoner woont hier al bijna 48 jaren tot zijn volle tevredenheid. Hij weet nu nog te vertellen dat hij in zijn tuin tijden het spitten wel eens steenkoolresten had aangetroffen.

21

Nu in 2016 staat de fotograaf opnieuw bijna aan het einde van de Bergweg en kijkt tegen de Paasberg aan. Rechts werd in het dj 1885 de dubbele machinistenwoning gebouwd. De molen op de Paasberg treffen we niet meer de afbraak 1921.

*De afkorting ‘dj’ voor een jaartal wil zeggen ‘dienstjaar’. Het kadaster gebruikt deze term om aan te geven wanneer zij een transactie hebben opgeschreven. De werkelijke transactie heeft dan circa één jaar ervóór plaatsgevonden.

*In dit artikel wordt de eigenaar van de genoemde percelen doorgaans aangegeven als ‘de familie van Schuijlenburch’. Dit omdat vaak meerdere leden van deze familie eigenaar zijn en ook omdat het door vererving nog al eens een keer wisselde.

* GStM d.w.z. Geldersche Stoomtramweg-Maatschappij; vanaf 1934, bij het samengaan met de andere Achterhoekse trambedrijven omgedoopt tot Geldersche Tram Wegen (GTW)

*GOLS d.w.z. Geldersch-Overijselsche Lokaal-Spoorweg-Maatschappij.

Bronnen:                 foto’s uit Wisch en zijn bewoners

                               foto’s en kennis van spoor en tram Arjan Ligtenbarg

                               bouwtekening rijtuigenloods Ovink van het ECAL Doetinchem

                               kadastergegevens van het ECAL Doetinchem

                               gegevens bevolkingsregister Wisch van het ECAL  D'çhem  

Met dank aan Theo Willemsen die het artikel voor publicatie op deze site ter beschikking stelde.

19 mei 2019    

      

                              

 

 

 

 

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315-342600 of 06-2300 3204
E-mail: robbiew52@gmail.com